Australië & Nieuw Zeeland - North Island
Onze vlucht van Australië naar Nieuw Zeeland verliep zonder al te veel problemen. Braaf hadden we op het migratieformulier aangevinkt dat we een tent bij ons hadden en dat we in de afgelopen 30 dagen hadden gekampeerd. Dit betekende dat bij aankomst onze schoenen grondig werden gecontroleerd en dat de tent uit de tas moest, die natuurlijk helemaal onderop zat.

Toen we Nieuw Zeeland eenmaal binnen waren, vielen ons de groene heuvels als eerste op. Waarom hier alles groen is begrepen we al snel: het regent hier regelmatig en op de camping in Auckland hadden we dan ook voor het eerst tijdens deze reis een beetje last van 'wateroverlast'.
Voordat we echt aan het tweede deel van onze reis konden beginnen, moest als eerste weer worden gezorgd voor geld en transport. De bankrekening was snel geopend en na een paar dagen was al ons geld van de Australische rekening overgemaakt.

Als transport wilden we weer de vrijheid van een eigen autootje en daarvoor ga je in Auckland de verschillende automarkten af. Hier kan men allerlei soorten apparaten op vier wielen kopen en verkopen; ook auto's.
En zo zijn wij aan onze nieuwe aanwinst gekomen: een prachtige Nissan Prairie uit 1986; een leuk en ruim autootje voor weinig!
Onze Kerst was bijzonder: op de automarkt waren we Denis tegengekomen, een 47-jaar oude Nieuw Zeelander, die we in eerste instantie nogal opdringerig vonden en die we snel probeerden af te wimpelen.
Hij was een soort autohandelaartje / -monteurtje die ons wel zou helpen met het vinden van een geschikte auto. Nou, als gezond-denkend mens word je dan achterdochtig. Begrijpelijk, maar bij Denis niet nodig. Hij is een kiwi die het een en het ander heeft meegemaakt, maar het hart op de juiste plek heeft. Thuis heeft hij graag mensen om zich heen en nodigt daarom vaak reizigers uit, die hij dan gratis kost en inwoning geeft in het dure Auckland.
En zo kwam het dat wij met zeven andere Nederlanders kerst hebben gevierd op zijn veranda in de zon...
Zoals ik al zei, onze Kerst was bijzonder. Heel bijzonder!
Derde Kerstdag zijn we met ons autootje vertrokken om het noordelijke gedeelte van het Noordereiland te bekijken. Al snel kwamen we er achter dat je in dit prachtige landschap niet veel kilometers in 't uur maakt, maar de vele bochten en heuvels maken het rijden wel spectaculair.
Dit gedeelte van Nieuw Zeeland staat vooral bekend vanwege de vele prachtige stranden en baaien en omdat het de grote, zomervakantie voor de kiwi's was, waren we daar niet de enigen. Al die drukte was iets waar wij na 4 maanden wel even aan moesten wennen, maar wat we van tevoren wisten.
Oud en Nieuw vieren ze hier anders dan in Nederland. Volgens mij is het hier meer een vrienden- dan een familieaangelegenheid. Oudejaarsdag zorgen ze ervoor dat ze met z'n allen hun tentjes ergens(?) hebben opgezet. In de loop van de middag komt het bier op tafel en tegen achten zijn ze allemaal als een balletje.
12 uur even juichen, 1 vuurpijl en om half 1 naar bed... en zo kwam het dat ook wij al vroeg in 2002 weer lagen te slapen.
Een Nieuwjaarsduik is hier geen uitdaging met een watertemperatuur van een graadje of 20 en een buiten-temperatuur van zo'n 28 graden.
Op aanraden van Jacques Cousteau (de grondlegger van het scuba-duiken) hebben we dat toch maar gedaan en de twee duiken die we hebben gemaakt bij de 'Poor Knights'-eilanden waren zeker de moeite waard!
| |
Met wat we tot nu toe hebben ervaren is rondreizen in Nieuw Zeeland niet te vergelijken met rondreizen in Australië. Het is totaal anders, dus kunnen we ook geen antwoord geven op de vraag: 'Wat is leuker?'. Ooit heb ik een wijs man horen zeggen: 'Australië is een reisland, Nieuw Zeeland is een vakantieland'. Ik kan hem daar nog geen ongelijk in geven.
Zo ben je in Australië veel meer op jezelf aangewezen, maar moet je soms uren rijden om iets 'bijzonders' te zien. En zijn veel dingen in Nieuw Zeeland meer uitgestippeld en georganiseerd, maar ligt alles weer dichter bij elkaar. Zo zijn vele delen van Australië woestijnachtiger en is het klimaat constant (d.w.z. in de lente/zomer is het zonnig en warm). En is Nieuw Zeeland veel groener, maar heeft het veel wisselvalliger weer. Zo heeft Australië over het algemeen weinig of geen kook/koelvoorzieningen aangelegd voor kampeerders (ook niet op de campings) en sleep je dus zelf de hele uitrusting daarvoor mee. En heeft Nieuw Zeeland dat veel beter geregeld, waardoor het altijd drukker op een kampeerstek is.
Alles heeft zo z'n charmes en ik denk dat het juist die afwisseling is wat het reizen zo leuk maakt!!!
Zigzaggend over het Noordereiland hebben we onze reis na de duiktrip vervolgd. Om d'een of d'andere reden liggen de bezienswaardigheden hier in alle uithoeken, maar gelukkig is het eiland niet zo groot en hebben we de meeste aan kunnen doen.

Als eerste hebben we eindelijk eens afgesproken met Arina & Marcel. Arina is een oud-collega van Mascha. Zij waren samen al meer dan een jaar onderweg met hun reis rond de wereld. In Australië hadden we al regelmatig met elkaar gemaild, maar pas in Nieuw Zeeland is het er van gekomen om elkaar te ontmoeten. Die ene dag met z'n vieren was erg gezellig en toen we de volgende dag weer onze eigen weg gingen, kregen we twee cassettebandjes van ze mee waarmee we ons Nederlands weer wat op konden halen.

Daarna naar Rotorua, maar daar zat een 'luchtje' aan. Nieuw Zeeland ligt namelijk op de grens van twee tektonische platen (sla het aardrijkskundeboek er maar eens op na om uit te vogelen wat dat ook al weer waren). Hierdoor barst het er van de vulkanen, komen aardbevingen regelmatig voor en is er een aantal gebieden waar heet water en ander borrelend prut uit de grond komt. Rotorua is zo'n gebied. En het luchtje is zwavel ofwel rotte-eieren-lucht. Je moet even door de stank heen, want het is zeker de moeite waard om al die gekleurde, dampende poeltjes en spuitende geisers te zien.
Naast al die borrelende prut heb je hier de mogelijkheid om iets van de eeuwenoude Maori-cultuur te zien / proeven. Die mogelijkheid hebben we aangegrepen en hebben iets supertoeristisch gedaan... (ja sorry, soms moet je nu eenmaal). We hebben een avond bijgewoond van Maori-concert en -maaltijd in een replica van een oorspronkelijk Maori-dorpje. Met een bus vol (1 van de 5 !?) arriveerden we als bezoekende stam in het dorp. En pas na een serieus welkomstritueel, waarin een vredesoffer geaccepteerd moest worden, mochten we naar binnen.
In het dorp waren allerlei hutjes, waarin oude rituelen werden gedemonstreerd. Toen was er een goed en leuk concert in het ontmoetingshuis en was het tijd was om de inwendige mens te verzorgen. Het 'hangi'-buffet dat we kregen was klaargemaakt in een grondoven en smaakte best aardig. Het toetje daarentegen, de warme custardvla, was errug lekker. Oké, het was toeristisch, maar heel goed georganiseerd en het geld meer dan waard!
In Waitomo zijn we voor de afwisseling eens onder de grond gaan kijken. Gekleed in een surfpak en gewapend met een hoofdlamp zijn we via een abseil afgedaald in een ondergronds riviertje. Zittend in een binnenband hebben we ons af laten drijven, met de hoofdlamp uit. Toen de ogen eenmaal gewend waren aan het donker, kon je al snel de kleine groene lichtjes zien. Het plafond van de grot / tunnel was bedekt met honderden 'glow'-wormen, wat echt een heel mooi gezicht was. Het leek wel of je onder een enorme sterrenhemel dobberde. Klimmend en klauterend zijn we daarna via dezelfde weg de grot weer uitgegaan.
Wandelen op Mount Egmont is het enige dat we niet hebben kunnen doen vanwege het slechtere weer. Op de slapende vulkaan hadden we graag een dag willen lopen, maar hij liet ons niet toe. Alhoewel het weer aan de voet, waar we kampeerden, best aardig was, lag het hogere gedeelte dagenlang in de wolken. Na drie dagen wachten hebben we besloten om door te rijden naar Tongariro. Dit Nationale Park ligt midden op het Noordereiland en staat voornamelijk bekend om de drie vulkanen die er in liggen. Door dit gebied loopt naar zeggen de 'beste dagwandeling' van Nieuw Zeeland: the Tongariro Crossing, een 17 km lange tocht over het Centrale Plateau van Nieuw Zeeland.

Nou, je begrijpt het al, dat moesten wij natuurlijk wel eens zien. De dag waarop we deze tocht liepen, begon slecht. Het was regenachtig en mistig, waardoor we nauwelijks iets om ons heen konden zien, maar na een paar uur trok het gelukkig open en hadden we prachtige uitzichten. De tocht liep dwars door en langs vulkanische kraters en meertjes en af en toe was het net alsof je op de maan liep (niet dat ik daar ooit geweest ben...). Maar het was inderdaad een wandeling om niet te vergeten!!

