Alaska

Basecamp 

Het hostel in Anchorage dat we thuis hadden uitgezocht om een paar dagen te acclimatiseren, bleek een prima keuze. Joseph, de eigenaar, was niet echt spraakzaam, maar zeker wel geïnteresseerd en erg behulpzaam. Het grote houten huis (een voormalig crack house) was gehorig, maar rustig. Schone wc's en douches op elke verdieping, er was draadloos internet en een enorme keuken om uitgebreid te koken (tja, met vier maanden vakantie moet je toch ook een beetje op de centen letten).

Aangetrokken door de ruige natuur en de uitgestrekte wildernis waren de reizigers die we daar ontmoetten divers en fascinerend. Poolse mannen die speciaal voor de beklimming van Mount McKinley kwamen, een jong echtpaar uit Singapore net terug van een vierdaagse wandeling door de bergen en een Frans stel dat op de tandem naar Chili wilde fietsen. Stuk voor stuk prachtige karakters met mooie verhalen.

Het bezoekerscentrum in Anchorage.Lupines langs de wandelpaden.

Starend over de Grote Oceaan.

 

 

 

 

 

 

Omgeven door hoge bergen met besneeuwde toppen en een koude Grote Oceaan ligt de grootste stad van Alaska er rustig bij. De stad is vlak en uitgestrekt en de brede straten doorkruisen de bebouwing als een gestructureerd dambord. Afgezien van een paar musea en de Starbucks heeft de stad zelf weinig bijzonderheden te bieden. Het ontbreekt de stad aan een uitgaanscentrum en gezellige terrasjes om even lekker te genieten, zodat Anchorage voor ons met name een stad was om de noodzakelijke dingen te regelen voor de verdere trip: een kleine trekkerstent, een brandertje, kookgerei, kussens, extra fleece dekens en als belangrijkste (natuurlijk) de auto! Tweedehands campers waren toch te duur en de Europese auto's te klein. Nee, als je rondreist in Amerika moet je rijden in een echte auto. Liefst in een oud en vierkant model. Dus werd het - na enig zoeken - een zwart/zilvere GMC Suburban uit 1993.

Een nieuwe lichtgewicht trekkerstent.Jonge dennebomen in de knop.

Onze fantastische Suburban uit '93.

 

 

 

 

 

 

HillBillies
‘Hope is nice', had Joseph gezegd. Dus dat werd de volgende bestemming. Probeer het jezelf eens voor te stellen: het Wilde Westen, zo'n honderd jaar geleden. Eén stoffige straat met vervallen houten huizen waar de winterschilder nog een behoorlijke dobber aan zou hebben. Verruil de paarden voor roestige oude pick-ups en de pistolen voor mobiele telefoons. Dat is Hope anno 2010. Een dorp met circa 150 inwoners, voornamelijk goudzoekers. Ongewassen mannen met baarden die nog steeds glunderen als je ze vraagt naar de kostbaarheden die ze ooit zullen vinden in het stukje rivier dat zij hebben geclaimd.

In het weekend dat wij er waren, bleek ook het jaarlijkse Bluegrass Festival plaats te vinden. Het hele dorp en liefhebbers uit de weide omgeving rukten uit om drie dagen lang te luisteren naar muzikanten uit alle hoeken van Alaska. Ook wij hebben genoten van de foute maar vrolijke Hillbilly-muziek, en vooral van al het volk dat we daar tegenkwamen. Hope is nice, that's true.

De hoofdstraat van Hope.Bloeiende bloemen langs de Gull Rock Trail.

Spectaculaire uitzichten langs de Gull Rock Trail.

 

 

 

 

 

 

Visje, visje, visje
Dit dorp ligt op het uiterste puntje van het schiereiland Kenai en wordt gekenmerkt door The Spit, een soort natuurlijke dijk die nog zeven kilometer verder de zee in kronkelt. Door de concentratie van kunstenaars met kleine galeries, toerbureautjes, restaurants en een enorme haven is er op het eind van deze Spit een tweede dorp ontstaan. Een dorp dat zomers wordt overspoeld door toeristen, maar waar de lokale visindustrie lak aan lijkt te hebben. Toen wij er waren, was het er regenachtig, winderig en ongebruikelijk koud (circa tien graden). Dus wij besloten hier niet te tenten, zoals in Hope, maar lekker binnen te slapen in de knusse Seaside Farm.

Uitgereid koken met onze nieuwe spullen.Heilbot en zalm, klaar om te fileren.

De voornaamste reden waarom Alaskanen hier hun vakantie doorbrengen is hun meest favoriete bezigheid: vissen! Zalm langs de snelstromende rivier, baars vanaf het strand of heilbot vanaf de boot. Veel en groot, en dan bedoel ik écht groot. Mas kreeg ik (nog) niet overgehaald om mee te gaan, dus wij kozen voor een rustige boottocht door de Kachemak Bay, vol met otters, zeehonden en prachtige vogels zoals papegaaiduikers en de
Amerikaanse zeearend.

Papegaaiduikers in Kachemak Bay.Otters in Kachemak Bay.

Amerikaanse zeearenden bij The Spit.

 

 

 

 

 

 

Een onverwachte ontmoeting onderwater
Na bijna een maand droog te hebben gestaan, heb ik eindelijk weer eens gedoken. Met een kleine duikschool uit Anchorage (één van de weinige) in de golf van Alaska, in Resurrection Bay, nabij Seward om precies te zijn. Het water oogde helder en het weer zat mee. Uiteraard ging Mascha wel mee, maar ze bleef aan boord om te zorgen voor een paar stoere foto's en de erwtensoep...
Ik dook met Tim, een kerel van zo'n jaar of vijfenveertig. Hij had enige duikervaring, maar niet zoveel als m'n trouwe duikmaat thuis. Toen miste ik die toch wel een beetje (en dat is niet alleen omdat de paprika's zo'n €3,50 per stuk kosten). Die eigenwijze Amerikanen gebruiken namelijk feet om aan te geven hoe diep ze zitten en psi voor de resterende lucht in hun tank, waar wij dit aanduiden met meters (= 3,3 feet) en bars (= 14,5 psi). Dus je kunt je enige verwarring wel voorstellen.
Maar het ging goed. Ik ben niet de diepte ingestort of verzopen en het was fantastisch! Met een watertemperatuur die vergelijkbaar is met die in Nederland (circa 10 ºC) en een zicht van zeven tot twaalf meter (ook wel aangeduid als twintig tot vijfendertig voet) was het onderwaterleven uitbundig. Redelijk wat vis, voornamelijk baarzen die nieuwsgierig dichtbij kwamen. Velden met kelp, sponzen en wier, variërend in kleur van helder geel tot donkerrood. Tegen de wand zaten prachtige naaktslakken van allerlei soorten, waarvan enkele groter dan een centimeter of tien. Verschillende zeesterren, soms wel met twintig armen en immens grote zeedahlia's. Als klap op de vuurpijl dook er ook nog een zeeleeuw voorbij. Die was ook weer even snel verdwenen, maar omdat hij vlak achter Tim naar beneden zwom kon ik toch echt zien dat deze dikkerd ruim tweeënhalve meter lang was.

Duiken in Alaskaanse wateren.Met besneeuwde bergtoppen om ons heen.

Het berenhandboek
‘Laat je vallen en doe alsof je dood bent bij een bruine en vecht heldhaftig terug als ie zwart is'. Dat is kort samengevat de laatste pagina van het handboek voor reizigers in het land van de beren. Dat laatste moet je weten als alle voorgaande pagina's met de daarin benoemde voorzorgsmaatregelen niet hebben geholpen. Je staat dan dus oog-in-oog met een bruine (grizzly) of zwarte beer, die daadwerkelijk aanvalt..., alleen, maar, mits, edoch... de kans dat dat gebeurt is zo klein, dat het rond blijven rijden in de auto gevaarlijker is. En dat laatste vergeten veel Amerikanen, waardoor de griezelverhalen alleen maar sterker worden en het berenhandboek alleen maar dikker.
‘Maak herrie´, is zo ongeveer de enige en belangrijkste regel die we hoefden te onthouden. Met een berenbel aan de rugzak, ijzeren bekers aan de broekriem en continu geklets moest dat toch lukken!? Alle elanden, vossen, eekhoorns en vogels waren direct vertrokken, maar beren zouden we zo zeker ook niet tegenkomen. ‘Elk nadeel heb z'n voordeel', zullen we maar zeggen.
Licht gespannen, maar met gezond boerenverstand hebben wij dan ook gewoon een aantal prachtige wandelingen gemaakt. Door uitgestrekte bossen en over besneeuwde bergpassen, waar deze kleine knuffels voorkomen. Zeker als de struiken weer dichter werden en het pad wat onoverzichtelijker moesten onze harten weer iets harder aan het werk. Dan rinkelden we wat harder en zongen nog maar eens een aanmoedigingslied voor het Nederlands elftal (wat tot nu toe schijnt te hebben geholpen) en zo voorkwamen we iedere onverwachte ontmoeting bovenwater.

Het pad dat verdween onder de sneeuw.Rondhuppelende grondeekhoorns op de toendra.

En met de berenbel aan de schoenen.

 

 

 

 

 


Toppers in het binnenland

Eén van de beste plekken in het binnenland van Alaska om diverse soorten groot wild te spotten is Denali. Gedomineerd door een indrukwekkend gebergte (met Mount McKinley als letterlijk hoogtepunt) biedt deze uitgestrekte wildernis de mogelijkheid om beren, elanden, berggeiten, kariboes en wolven tegen te komen. En laten wij - ondanks het druilerige weer - nu net die mazzel hebben gehad om die big five te zien. Niet allemaal dichtbij genoeg voor mooie foto's, maar toch.

Een grizzly beer in het Denali NP.Een volwassen eland aan 't diner.

En een wolf op zoek naar de rest.

 

 

 

 

 


Wij hadden besloten om enkele dagen voor deze trip eerst een meerdaagse wandeling te maken in het zuidelijker gelegen Denali State Park. Dit op aanraden van een stel uit Singapore dat wij ontmoet hadden in Anchorage. Daar was het minder toeristisch en zou je een prachtige panorama moeten hebben op het ruige gebergte met de bijbehorende sneeuw op de toppen. Met het gewicht enigszins verdeeld (ahum) zijn we vol goede moed en hoge verwachtingen vertrokken. Voor ons plattelanders was dit tenslotte de eerste keer dat wij met z'n tweetjes voor meerdere dagen de bergen in trokken. Dus voor alle zekerheid naast ons nieuwe tentje en twee slaapzakken, ook maar extra fleecedekens en de dikkere winterjas mee.

Het was een fantastische ervaring. Er was geen sterveling te bekennen (behalve dan de grondeekhoorns en onze eerste zwarte beer) en met water uit de rivier en gedroogd eten in de beercontainer werd iedere honger direct gestild. Helaas zat het weer niet mee. Kort nadat we de eerste beklimming hadden gemaakt ontnamen de wolken ons alle zicht. Ze zakten zo laag dat ze aanvoelden als mist, wat het met de aantrekkende wind er niet aangenamer op maakte. 's Nachts lukte het nog redelijk om droog en warm te blijven, maar 's ochtends moesten de doorweekte schoenen weer aan (trouwens een prima manier om illegaal blaren te kweken). Na drie dagen van ploeteren hielden we het dan ook voor gezien en hebben we de tocht bij het eerst mogelijke zijpad afgebroken. Eenmaal beneden, scheen eindelijk weer eens de zon...

Een frisse nacht in de bergen.Met een extra jas en het eten in de beercontainer.

En soms toch nog een beetje een uitzicht.

 

 

 

 

 


Bijsonder

Als je aan Alaska denkt, denk je vast aan kou, sneeuw en ijs. Zo'n negen maanden van het jaar is dat ook het geval. In de resterende maanden - waarin het lente, zomer en herfst is - kan het aangenaam warm zijn als de zon doorbreekt, ligt er alleen nog sneeuw ver boven de boomgrens en veranderen de weilanden in een geurend kleurenpallet van veldbloemen. Maar het ijs verdwijnt nooit. Gletsjers zie je (nu nog) overal. Uiteraard in de noordelijke en hoger gelegen delen van de staat, maar ook zuidelijker en zelfs tot aan de kust. Daar schuiven deze massieve witte rupsen met veel gekraak langzaam het water in, waarbij enorme brokken ijs afscheuren, hoge golven veroorzakend, om vervolgens als kleine ijsbergen nog jaren rond te blijven dobberen. Al tweemaal hebben we een tour gemaakt naar dit bijzondere natuurfenomeen. Eerst vanuit Seward met een kleine comfortabele cruiseboot, waarbij we tot vlak voor de gletsjer zijn gevaren om daar een tijdje in alle rust naar dit overweldigende spektakel te kijken en te luisteren. Later vanuit Valdez, waarbij we met tweepersoons zeekayaks tussen de ijsbergen door zijn gepeddeld, wat ons pas écht een indruk gaf van de enorme grootte van die massa's.

Exit Glacier in de zon in Seward.Zeekayakken tussen de ijsbergen in Valdez.

Kalvende gletsjers in Kenai Fjord NP.

 

 

 

 

 


Voor beide trips moesten we veel varen, maar ook dat was geen straf. In een adembenemende omgeving van baaien, bergen en watervallen liet ook het maritieme leven zich van zijn beste kant zien. Vele soorten vogels, waaronder papegaaiduikers, dobberende otters en blatende zeeleeuwen, porpoise dolfijnen vlak voor de boot, een bultrugwalvis die zich uitsloof en een groep van vijf orka's (jawel)!

Orka's die in show weggaven.Een bultrugwalvis die zwaait naar de kijkers.

Brullende zeeleeuwen, stinkend op de rotsen.

 

 

 

 

 


Klik hier voor nog meer foto's uit Alaska.

Praktische tips en interessante, maar nutteloze informatie

  • Het was de bedoeling dat de vlucht van Amsterdam naar Anchorage negentien uur zou duren met een overstap in Houston. Ware het niet dat een uur overstappen onhaalbaar is door alle veiligheidscontroles. Daardoor misten we de aansluitende vlucht en kwamen we vijf uur later dan gepland, met een extra tussenstop in Seattle, op de plaats van bestemming aan.
  • Het tijdverschil tussen Nederland is tien uur vroeger. Dus als het bij jullie acht uur 's avonds is, dan is het bij ons nog tien uur 's ochtends.
  • Normaal gesproken is de temperatuur in Anchorage zo'n vijftien tot twintig graden, maar natuurlijk is het deze zomer ongebruikelijk koud en blijft het kwik nog even steken op een graad of tien.
  • Na een dip is de koers van de euro ten opzichte van de dollar gelukkig weer stijgende en krijgen wij momenteel 1,24 dollar voor één euro.
  • In Noord Amerika draait de elektriciteit op 110 volt, dat is de helft van ons voltage. De meeste apparaten (opladers, laptops en föhn) schakelen automatisch om en dus is een omzetter niet nodig, wel een adapter met een andere stekker.
  • De temperatuur wordt hier uitgedrukt in Fahrenheit, de afstanden in inches, feet en miles en volumematen in gallons, pounds en ounces..., dus onze wiskundige omrekenknobbel blijft goed getraind.
  • Onze GMC Suburban is een 4x4 SUV Truck, heeft 5.7 liter motor met 8 cilinders, is een automaat en biedt plek voor zeven passagiers op twee achterbanken dat is om te bouwen tot een heel groot bed. De tankinhoud is zo'n 140 liter en met een benzineprijs van 3,38 doller per gallon komt dat neer op zo'n 100 euro per volle tank en daar rijden we dan weer circa 700 kilometer mee..., maar hij is wel gaaf!
  • ‘Waar kom je vandaan?', is meestal de eerste vraag die een Amerikaan je stelt. En veel verder dan dat komen de meesten ook niet.
  • De campings in Alaska zijn voornamelijk ingericht op zogenaamde RV's (Recreational Vehicle); enorme campers die zij aan zij worden opgesteld op het aangeharkte grind. Andere voorzieningen zijn er verder nauwelijks, waardoor het voor ons tenters vaak een uitdaging is om droog te zitten als het regent, de afwas te doen, te douchen of fatsoenlijk naar de wc te gaan.
  • Geweren en allerlei andersoortige vuurwapens zijn eenvoudig in bijvoorbeeld de supermarkt te verkrijgen. Dit komt omdat veel Amerikanen het als een onvoorwaardelijk recht beschouwen dat zij zich kunnen verdedigen. Sta daarom ook niet raar te kijken (zoals wij) als je in de bossen een andere wandelaar tegenkomt met een enorme revolver aan z'n broek.
  • Het weer is hier zeer wisselvallig en onvoorspelbaar. Als de zon doorbreekt, is het al snel een graad of vijfentwintig, maar een sneeuwvlok of een nachtvorst in juli is ook niet vreemd.
  • Als motorrijder hoef je hier trouwens geen helm te dragen en ook voor die enorm lange campers (soms wel vijftien meter lang, met daarachter een SUV en daarachter nog eens een boot) heb je geen apart rijbewijs nodig.